“We dachten even dat het om aangespoelde exemplaren ging van sponsen die bovenstrooms in Duitsland waren losgeslagen,” zegt rivierecoloog Bart Beekers van ARK Rewilding. “Maar sommige zaten nog vast aan een kiezel. Dat maakte het aannemelijk dat ze toch echt lokale bewoners waren. Toen we ook een levende gewone zoetwaterspons zagen op een blok basalt die normaal meters onder water ligt, wisten we het zeker: de spons was terug! ” Hij wist dat de soort voortkwam in een heldere stroom in de Gelderse Poort, maar echt nieuw was dat hij dus ook het riviergedeelte zat.
Sponzen zijn cruciale waterzuiveraars
“De meeste mensen kennen sponzen van het auto of ramen wassen,” zegt Bart. “Maar in levende staat zijn ze belangrijke schakels in het onderwaterleven. Sponzen geven onderdak aan allerlei kleine waterdieren, en filteren water. Zo weten ze 90% van zwevende deeltjes (algen, organisch afval, bacteriën) uit het water te halen. Dat draagt bij aan helder water, en dat is weer belangrijk voor bijvoorbeeld waterplanten die licht nodig hebben.”
De vondst van de zoetwatersponzen in de rivier is daarom mooi nieuws. Nog eens extra om omdat ze gevoelig zijn voor zware chemische vervuiling. Bart: “In de jaren ‘70 was de rivier bijna een riool. De spons laat zien dat de waterkwaliteit is al een stuk verbeterd is, en dat de natuur zich dus heel snel kan herstellen.”
Dreiging: steeds lagere rivierwaterstanden
Maar er hangt ook een schaduw over de bijzondere vondst van de vertakte zoetwatersponzen. Want de sponzen vinden steeds minder leefruimte door de toenemende lage rivierwaterstanden en de steeds dieper uitgesneden rivierbodem, die het lage waterprobleem verergert. Bart: “Voor de lokale populatie zoetwatersponzen in de Millingerwaard zal het droogvallen van het grindbed deze zomer niet goed hebben uitgepakt. Het verkleinde hun leefruimte, die loopt tot aan de intensief beheerde vaarweg. Dat gaan we vaker zien. Ik schrok echt van de enorme sprong in het laagterecord van dit jaar: het water stond 36 cm lager dan het laatste record uit 2022.”
Instellen onderwaterreservaten helpt sponzen
Om sponzen weer een betere toekomst te geven, en daarmee heel veel meer rivierleven, pleit ARK al sinds het plan Levende Rivieren (1992) voor meer onderwaterreservaten: delen van de rivier die niet beheerd worden en waar de natuur zich mag ontwikkelen. In die reservaten kunnen met de terugkeer van nevengeulen weer leefgebieden ontstaan, met onder andere rivierhout. Sponzen hechten zich graag aan dat rivierhout, net als andere waterfilteraars, zoals de mossel.
Meer ruimte met plan Levende Meergeulen
Die onderwaterreservaten ontwikkelen zich pas goed in de teruggekeerde nevengeulen als die voldoende meestromen met de rivier. Het nieuwe plan plan Levende Meergeulen van Stroming, WNF en ARK gaat daarin voorzien. Bart is blij met dat plan. “Daarmee voorzien we in principe in jaarrond meestromende geulen. De vondst van alle vertakte sponzen in het meer intensief gebruikte deel van de rivier, laat zien dat naast de nevengeulen óók delen van de hoofdstroom van de rivier belangrijk zijn als reservaat. Dus ook daar moeten we goed naar kijken.”
Toekomst voor sponzen en veel meer soorten
Met een netwerk van leefgebieden in de rivier zelf én in de aangetakte levende meergeulen, bieden we waterfilteraars, zoals de sponzen, weer een mooie toekomst, meent Bart. “Ze krijgen dan weer de kans om zich te vestigen en hun filterende werk te doen. Daarmee leggen ze de basis voor uiteindelijk een overvloed aan voedsel voor vele andere soorten, zoals de otter en visarend. En voor mensen die graag riviervis eten.”