Bijzondere vondst door lage rivierstand

24-09-2026
Terwijl de Rijn in augustus afstevende op historisch lage waterstanden, werden op de droogvallende stranden ten noorden van de Millingerwaard, bij Bemmel en de Bisonbaai, honderden (!) aangespoelde zoetwatersponzen gevonden. Het bleek om de vertakte zoetwaterspons te gaan. En dat is, ondanks het lage water, goed nieuws.

“We dachten even dat het om aangespoelde exemplaren ging van sponsen die bovenstrooms in Duitsland waren losgeslagen,” zegt rivierecoloog Bart Beekers van ARK Rewilding. “Maar sommige zaten nog vast aan een kiezel. Dat maakte het aannemelijk dat ze toch echt lokale bewoners waren. Toen we ook een levende gewone zoetwaterspons zagen op een blok basalt die normaal meters onder water ligt, wisten we het zeker: de spons was terug! ” Hij wist dat de soort voortkwam in een heldere stroom in de Gelderse Poort, maar echt nieuw was dat hij dus ook het riviergedeelte zat.  

Image
Vertakte zoetwaterspons op kiezels
Aangespoelde gewone zoetwaterspons (Spongilla lacustris) op een droge rivierbodem in de Waal ten noorden van de Millingerwaard.Van de periode voor 1990 is maar één vondst van de zoetwaterspons bekend. Dat was nabij de plek waar in augustus 2026 aangetroffen sponsen zijn. Tussen 1990-2025 leken ze hier verdwenen te zijn, of misschien zijn ze al die tijd niet opgemerkt. Vanaf 2010 wist de gewone zoetwaterspons zich over grotere delen van Nederland te verspreiden en komt nu op sommige plaatsen vrij algemeen voor. Foto: Twan Teunissen

Sponzen zijn cruciale waterzuiveraars 

“De meeste mensen kennen sponzen van het auto of ramen wassen,” zegt Bart. “Maar in levende staat zijn ze belangrijke schakels in het onderwaterleven. Sponzen geven onderdak aan allerlei kleine waterdieren, en filteren water. Zo weten ze 90% van zwevende deeltjes (algen, organisch afval, bacteriën) uit het water te halen. Dat draagt bij aan helder water, en dat is weer belangrijk voor bijvoorbeeld waterplanten die licht nodig hebben.” 
De vondst van de zoetwatersponzen in de rivier is daarom mooi nieuws. Nog eens extra om omdat ze gevoelig zijn voor zware chemische vervuiling. Bart: “In de jaren ‘70 was de rivier bijna een riool. De spons laat zien dat de waterkwaliteit is al een stuk verbeterd is, en dat de natuur zich dus heel snel kan herstellen.” 
 

Image
Vertakte zoetwaterspons kleurt groen door alg
Nederland telt vijf soorten zoetwatersponzen. Alleen de echte zoetwaterspons (Ephydatia fluviatilis) en de gewone/vertakte zoetwaterspons (Spongilla lacustris) zijn algemeen, de andere soorten zijn zeldzaam. Ze geven onderdak aan vele andere organismen, waaronder algen die binnen de spons leven en ze een groene kleur kunnen geven. Foto: Twan Teunissen

Dreiging: steeds lagere rivierwaterstanden

Maar er hangt ook een schaduw over de bijzondere vondst van de vertakte zoetwatersponzen. Want de sponzen vinden steeds minder leefruimte door de toenemende lage rivierwaterstanden en de steeds dieper uitgesneden rivierbodem, die het lage waterprobleem verergert. Bart: “Voor de lokale populatie zoetwatersponzen in de Millingerwaard zal het droogvallen van het grindbed deze zomer niet goed hebben uitgepakt. Het verkleinde hun leefruimte, die loopt tot aan de intensief beheerde vaarweg. Dat gaan we vaker zien. Ik schrok echt van de enorme sprong in het laagterecord van dit jaar: het water stond 36 cm lager dan het laatste record uit 2022.” 

Image
Grindbodem in de Millingerwaard
Bij de Millingerwaard waar de meeste van de honderden aangespoelde sponzen zijn gevonden, ligt in de binnenbocht van de Waal een brede ondiepe grindbodem. Het deel dat buiten de vaarroute ligt is te herkennen aan een groene boei op de linkeroever en een rode aan de rechteroever. Deze ondiepe grindbodem komt normaal gesproken nooit droog te staan. De bodem ligt buiten de vaargeul die intensief onderhouden wordt met een ploegboot om de rivierbodem op diepte te houden. Foto: Bart Beekers

Instellen onderwaterreservaten helpt sponzen 

Om sponzen weer een betere toekomst te geven, en daarmee heel veel meer rivierleven, pleit ARK al sinds het plan Levende Rivieren (1992) voor meer onderwaterreservaten: delen van de rivier die niet beheerd worden en waar de natuur zich mag ontwikkelen. In die reservaten kunnen met de terugkeer van nevengeulen weer leefgebieden ontstaan, met onder andere rivierhout. Sponzen hechten zich graag aan dat rivierhout, net als andere waterfilteraars, zoals de mossel.

Meer ruimte met plan Levende Meergeulen

Die onderwaterreservaten ontwikkelen zich pas goed in de teruggekeerde nevengeulen als die voldoende meestromen met de rivier. Het nieuwe plan plan Levende Meergeulen van Stroming, WNF en ARK gaat daarin voorzien. Bart is blij met dat plan. “Daarmee voorzien we in principe in jaarrond meestromende geulen. De vondst van alle vertakte sponzen in het meer intensief gebruikte deel van de rivier, laat zien dat naast de nevengeulen óók delen van de hoofdstroom van de rivier belangrijk zijn als reservaat. Dus ook daar moeten we goed naar kijken.” 

Toekomst voor sponzen en veel meer soorten

Met een netwerk van leefgebieden in de rivier zelf én in de aangetakte levende meergeulen, bieden we waterfilteraars, zoals de sponzen, weer een mooie toekomst, meent Bart. “Ze krijgen dan weer de kans om zich te vestigen en hun filterende werk te doen. Daarmee leggen ze de basis voor uiteindelijk een overvloed aan voedsel voor vele andere soorten, zoals de otter en visarend. En voor mensen die graag riviervis eten.” 

 

Contactpersoon