Dat is misschien wel de belangrijkste vraag waarmee ik aan mijn afstudeerstage bij ARK Rewilding Nederland begon. De Nederlandse otterpopulatie groeit al jaren gestaag en ook net over de grens in België duikt de soort steeds vaker op. Toch blijft het opvallend stil in het gebied daartussen. Wat houdt de otter tegen? Zijn het de drukbevaren rivieren? Ons dichtvertakte wegennet? Of ontbreekt er simpelweg iets in het landschap?
Om daar antwoord op te vinden, moest ik het landschap leren bekijken zoals een otter dat doet. Al snel ontdekte ik dat een otter heel anders naar zijn omgeving kijkt dan wij. Waar wij een sloot of beek zien, ziet hij een route. Waar wij een brug of weg passeren, kan voor hem een levensgevaarlijke barrière liggen. En een rommelige oever met riet, struiken en omgevallen bomen? Die is voor een otter juist aantrekkelijk, omdat hij er voedsel vindt, zich kan verschuilen en veilig kan rusten.
Juist daardoor is de otter zo'n bijzondere soort. Hij stelt hoge eisen aan zijn leefomgeving. Schoon water, voldoende vis, natuurlijke oevers en rust zijn onmisbaar. Ontbreekt één van die puzzelstukken, dan wordt een gebied al snel ongeschikt. Als een gebied geschikt is voor een otter, is het ook geschikt voor talloze andere planten- en diersoorten.
Dat de otter weer in opkomst is, is bijzonder als je bedenkt dat de soort nog niet zo lang geleden volledig uit Nederland verdwenen was. Door vervuiling, jacht, verstedelijking en het verdwijnen van geschikt leefgebied werd de otter in 1988 officieel uitgestorven verklaard. Sinds de herintroductie in de Weerribben in 2002 groeit de populatie gelukkig weer. Maar voor een duurzame toekomst is méér nodig dan alleen meer otters. De verschillende Europese populaties moeten uiteindelijk weer met elkaar in verbinding komen. Pas dan ontstaat een gezonde, veerkrachtige populatie die bestand is tegen de uitdagingen van de toekomst. ARK en haar partners zetten zich hiervoor in via het Interreg-project ‘Otter over de grens’.
Kijken als een otter
Tijdens mijn stage onderzocht ik Midden-Limburg, met een speciale focus op het grensoverschrijdende UNESCO Mens & Biosfeergebied KempenBroek. Daarbij keek ik bewust verder dan de landsgrenzen. Een otter weet immers niet waar Nederland ophoudt en België begint.
Met behulp van een habitatgeschiktheidsmodel combineerde ik gegevens over waterkwaliteit, vegetatie, landgebruik, voedselbeschikbaarheid en menselijke verstoring. Langzaam ontstond een kaart waarop niet de grenzen van natuurgebieden zichtbaar werden, maar een netwerk van kansen en obstakels. Een landschap zoals een otter het ervaart: een aaneenschakeling van plekken waar hij kan zwemmen, jagen, schuilen en rusten, afgewisseld met wegen, drukke oevers en andere barrières die zijn route plotseling kunnen onderbreken.
Eén gebied sprong er direct uit. KempenBroek beschikt over uitgestrekte natuur, rustige beekdalen en beschutte oevers, maar vooral ook over een strategische ligging. Precies tussen de populaties in Noord-Nederland, België en Duitsland. Daardoor zou het gebied kunnen uitgroeien tot een cruciale schakel in een groter Europees netwerk van leefgebieden.
Ook het veldonderzoek liet zien dat de natuur in het KempenBroek volop in ontwikkeling is. Met cameravallen werden op dertien locaties maar liefst 49 verschillende diersoorten vastgelegd. De otter verscheen nog niet voor de camera, maar bevers, marters en andere zoogdieren laten zien dat het ecosysteem steeds robuuster wordt. De natuur lijkt zich al voor te bereiden op zijn komst.
Toch bleef die ene vraag tijdens mijn hele stage terugkomen. Als de otters in Nederland en België allebei terrein winnen, waarom hebben ze elkaar dan nog niet bereikt? Zijn de grote rivieren nog steeds te moeilijk over te steken? Vormt ons wegennet de grootste hindernis? Of is het juist de optelsom van allerlei kleinere barrières die ervoor zorgt dat de populaties elkaar nog niet hebben ontmoet?
Een definitief antwoord op deze vragen kan nog niet gegeven worden, maar mijn onderzoek laat wél zien waar de kansen liggen om die verbinding dichterbij te brengen.
De ontbrekende schakel herstellen
Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik uit mijn stage meeneem. De terugkeer van de otter gaat uiteindelijk niet alleen over één diersoort. Het gaat over een landschap dat weer mag functioneren zoals het ooit bedoeld was: met natuurlijke beekdalen, levende rivieren, verbonden natuurgebieden en ruimte voor dynamiek.
Die basis is in Midden-Limburg en het KempenBroek al verrassend sterk aanwezig. Nu is het zaak om de laatste ontbrekende schakels te herstellen. Door barrières weg te nemen, rivieren weer ruimte te geven en natuurgebieden beter met elkaar te verbinden, maken we de weg vrij voor de otter. En als de otter uiteindelijk zijn weg vindt tussen Noord-Nederland en België, is dat niet alleen een overwinning voor één soort, maar het bewijs dat het landschap als geheel weer werkt.