Effecten van dioxines en PCB's op aaseters

16-09-2026
Kevin van Loosbroek
Master Student Environmental Sciences (Universiteit van Wageningen)
Kadavers zijn belangrijk in de wilde natuur. Maar wild levende runderen krijgen bij het grazen chemische stoffen binnen. Welke impact heeft dat op aaseters? Stagiair Kevin deed in opdracht van FREE Nature en ARK onderzoek naar de effecten van dioxines en PCB's op aaseters en schreef er een blog over.

Hallo allemaal! Mijn naam is Kevin van Loosbroek en ik ben master student Environmental Sciences aan de Universiteit van Wageningen. Hierbij volg ik de specialisatie toxicologie. Omdat deze specialisatie heel erg op labwerk gefocust is, zocht ik voor mijn stage wat meer de ecologie kant op. Zo kwam ik bij ARK Rewilding Nederland terecht, die samen met FREE Nature een stage aanbood op het gebied van toxicologie. 

Het project

Voor het stageproject heb ik gekeken naar de effecten van dioxines en PCB’s op aaseters. Zij krijgen deze stoffen binnen door het eten van runderkadavers in de uiterwaarden. Met dit project heb ik gekeken of het mogelijk is om kadavers (die momenteel wettelijk verwijderd moeten worden) te laten liggen en zo de natuurlijke kringloop van voedingsstoffen te behouden, of dat aaseters toch te veel van deze gifstoffen via kadavers binnen krijgen. Hierbij is de focus gelegd op vijf verschillende aaseters: zeearend, vale gier, raaf, vos en wild zwijn. 

Image
Kadaverfauna © Jeroen Helmer/ ARK Rewilding Nederland
Kadavers spelen een sleutelrol voor veel aaseters. Illustratie Jeroen Helmer

Omdat de aanwezigheid van kadavers in natuurgebieden moeilijk te voorspellen is en veldwerk dus moeilijk maakt, was het eerst de bedoeling een model te ontwikkelen dat de concentraties van de stoffen in aaseters zou kunnen voorspellen. Vanwege de grote hoeveelheid onvoorspelbare variabelen bleek dit te lastig voor een stageproject. Daarom is er gekozen voor een literatuurstudie.

Hierbij heb ik gekeken naar de dioxines en PCB’s zelf: hoe en waar ze ophopen in het lichaam en welke effecten ze veroorzaken. Daarnaast heb ik verkend welke variaties van dioxines en PCB’s in runderen terecht komen en vervolgens in aaseters. Voor de aaseters is ook specifiek gekeken naar de invloed van het dieet, het foerageergebied, de maximale leeftijd en het geslacht op de accumulatie van dioxines en PCB’s. Ten slotte zijn de invloeden van de seizoenen, de beschutting van het kadaver, de bodemstructuur in de uiterwaarden en de tijdsduur van kadaverontbinding meegenomen om tot een conclusie te komen. 

Nieuwe ervaringen

Met de stage heb ik, zoals gehoopt, veel geleerd over ecologie wat ik nog niet wist. Ik sprong als het ware in het diepe. Voordat ik begon bestond mijn ecologische kennis uit één introductievak op de universiteit in combinatie met wat ik op de middelbare school bij biologie geleerd had. Met de studentenochtenden, excursies en de ARK themadag heb ik zoveel bijgeleerd over dit onderwerp, hoewel er nog veel meer te leren valt. 

Ondanks dat ik tijdens dit literatuuronderzoek veel achter de computer of in de bibliotheek bronnen aan het lezen en verwerken was, ben ik ook in het veld geweest. Mijn stagebegeleider, Ykelien Damstra, nam me mee naar de Millingerwaard om naar de droge resten van een Galloway kadaver te kijken die drie jaar geleden gemonitord was voor het project ‘Dood doet Leven.’ Het was heel gaaf om toch nog in het echt te zien waar ik mijn project over schreef. 

Image
Resten van galloway-kadaver in de Millingerwaard
Droge resten van een gallowayrund in de Millingerwaard. Hoe meer we weten over de effecten van schadelijke stoffen op aaseters, hoe groter de kans dat we kadavers vaker veilig kunnen laten liggen. Daar profiteert een heel ecosysteem van. Foto: Kevin van Loosbroek