Isabelle studeert Milieukunde aan Van Hall Larenstein, met de specialisatie toegepaste ecologie. Van april tot en met september onderzocht zij de biodiversiteit in zes gebieden: Meelenbroek (Vaals), Droogdal Groenenweg (Vijlen), Wei va Partey (Partij-Wittem), Heesweiden (Slenaken), Kattenroth (Noorbeek) en Klingendal (Beutenaken). De nulmeting brengt de aanwezige soorten en hun voorkomen in kaart en vormt een uitgangspunt om veranderingen in de biodiversiteit de komende jaren te volgen.
Onderzoeksmethode
Tijdens het veldonderzoek inventariseerde Isabelle broedvogels, vlinders, libellen, sprinkhanen, zoogdieren en vegetatie. Door verschillende soortengroepen te onderzoeken, ontstaat een breed beeld van de aanwezige biodiversiteit.
Voor de broedvogels maakte zij gebruik van de Broedvogel Monitoring Project-methode (BMP). Daarbij werden vaste telrondes uitgevoerd, met ongeveer twaalf dagen tussen de rondes. Naast algemene vogelsoorten werden ook bijzondere soorten waargenomen, waaronder de spotvogel en een broedpaar van het paapje.
De vlinders, libellen en sprinkhanen werden tussen mei en augustus in elk gebied minstens drie keer geïnventariseerd. Het bruin zandoogje, de azuurwaterjuffer en de greppelsprinkhaan waren respectievelijk de meest waargenomen soorten binnen deze drie soortengroepen. Daarnaast werden onder meer het geelsprietdikkopje, de bosbeekjuffer, de zuidelijke oeverlibel en de zwarte heidelibel aangetroffen.
Zoogdieren werden geregistreerd met wildcamera’s en tijdens andere veldbezoeken. Daarbij werden onder meer vossen, reeën, konijnen, hazen en dassen waargenomen.
Voor de vegetatie werden representatieve proefvlakken van 2,5 bij 2,5 meter uitgezet in habitats, zoals droge tot natte graslanden, en bronbeek begeleidende vegetatie. Per proefvlak werden de aanwezige plantensoorten en hun bedekkingsgraad vastgelegd volgens de Braun-Blanquet-methode. In meerdere gebieden kwamen vergelijkbare soorten voor, zoals witte klaver, gestreepte witbol en kropaar. Ook werden bijzondere plantensoorten aangetroffen, waaronder bosereprijs en dotterbloem.
Resultaten: 216 soorten waargenomen
Tijdens de nulmeting werden in de zes natuurgebieden samen 216 soorten geregistreerd. Het ging om:
- 58 soorten broedvogels
- 27 soorten vlinders
- 20 soorten libellen
- 11 soorten sprinkhanen
- 6 soorten zoogdieren
- 94 soorten planten
Van de waargenomen soorten staan er 21 op de Rode Lijst.
De resultaten beschrijven de uitgangssituatie aan het begin van de verdere natuurontwikkeling. Door de inventarisaties in de komende jaren te herhalen, kan worden onderzocht hoe de soortensamenstelling verandert, welke soorten verschijnen of verdwijnen en welke soorten in aantal toe- of afnemen. Zo ontstaat inzicht in de ontwikkeling van de biodiversiteit in de gebieden waar ARK werkt aan meer ruimte voor natuurlijke processen. Verdere natuurontwikkeling maakt de gebieden in de toekomst wellicht ook geschikt voor de kleine tanglibel, de raaf, de ijsvogel en de kleine parelmoervlinder. Iets wat door de nulmeting op lange termijn gevolgd kan worden.