‘Oesterstenen’ onderdeel van nieuw, nationaal onderzoek Rifherstel-XL

06-07-2026
Natuurversterking Noordzee lanceert een groot onderzoek naar effectieve manieren om nieuwe riffen te starten. Volgend jaar worden in het Noordzeenatuurgebied het Friese Front grote hoeveelheden van verschillende rifstructuren uitgezet, waaronder ARK’s ‘oesterstenen’. ARK onderzoekt binnen Rifherstel-XL ook de volledig nieuwe inzet van paardenmosselen.

In zijn de afgelopen decennia zijn verschillende manieren bedacht om de nagenoeg uitgestorven inheemse oester Ostrea edulis terug te brengen in de Noordzee. Deze schelpdieren kunnen namelijk door voortplanting zelf nieuwe riffen vormen en zo een grote impuls geven aan het onderwaterleven. ARK's Noordzeeprogramma ontwierp oesterkorven, en plaatste in de afgelopen drie jaar 144 korven met daarin miljoenen jonge oesters uit in de Voordelta. Ook initieerde zij voor het eerst de ‘remote setting' techniek met de inheemse oester: het op afstand van de kwekerij laten begroeien van schelpen en stenen met jonge oesters om die oesterstenen en - schelpenvervolgens uit te zetten. Andere organisaties ontwierpen ook structuren om nieuwe riffen te starten – zoals TreeReefs en Tripods. Elf natuurorganisaties, wetenschappers, overheid en offshorebedrijven, verenigd onder de naam Natuurherstel Noordzee, slaan nu onder leiding van het NIOZ de handen ineen om de verschillende concepten voor rifherstel grondig te testen en hun effectiviteit te beoordelen. 

Image
Oesterschelp met jonge oesters erop. Foto Marijn Smulders, Deltafilm
Een oesterschelp begroeid met tientallen jonge oesters, vlak voordat die samen met duizenden andere begroeide schelpen in oesterkorven wordt uitgezet in de Noordzee. ARK bracht de afgelopen vier jaar miljoenen jonge oesters op schelpen en stenen terug in de Noordzee, in de hoop dat zij nieuwe bronpopulaties gaan vormen. Wanneer deze oesters zich gaan voortplanten, zetten ze zich vast op de schelpen van hun voorouders. Zo kan in de loop van tientallen jaren een rif groeien. Foto: Marijn Smulders, Deltafilms.

In het nieuwe Rifherstel-XL worden die verschillende rifstructuren in de praktijk getest op het Friese Front: een natuurgebied ten noorden van de Waddeneilanden, op een dag varen van Harlingen. In 2026 worden de ontwerpen geoptimaliseerd, in 2027 uitgeplaatst en in de twee opvolgende jaren wordt nauwkeurig in de gaten gehouden hoe ze reageren op de krachten van de zee. Ook kijkt het team hoe de jonge oesters zich ontwikkelen en welke impact de structuren met oesters hebben op het zeeleven.   

Ook op de Doggersbank, een natuurgebied dat op een dag varen ligt vanaf Texel en zich uitstrekt over de zeeterritoria van Nederland, Engeland, Denemarken en Duitsland, gaat het ARK Noordzeeteam aan de slag met een nieuwe interventie voor het uitzetten van grote hoeveelheden paardenmosselen: een soort die beter in het natuurlijke systeem van de Doggersbank past dan de Europese platte oester, maar net als de oester nieuwe riffen kan bouwen. Het paardenmosselexperiment is deel van het programma Rewilding Dogger Bank, onder leiding van Stichting Doggerland met steun van Rifherstel XL.

Image
Impressie van hoe de Doggersbank eruit kan zien na rewilding.
Op de Doggersbank staat ARK Rewilding Nederland aan de lat om te onderzoeken hoe rifontwikkeling daar het beste een zetje kan krijgen. Daarvoor ontwikkelt Noordzeeteamlid Justė Motuzaitė een nieuwe uitzetstructuur, dit keer om paardenmosselen - nog zo'n rifbouwende soort! - te introduceren. Deze visual maakte ze ook, om te laten zien hoe de Doggersbank er in de toekomst weer uit zou kunnen komen te zien. Visual: Justė Motuzaitė, ARK Rewilding Nederland.

Voortbouwen met rifkenners 

Het nieuwe Rifherstel-XL onderstreept het belang van het missie-gedreven pionierswerk van natuurorganisaties en ondernemers als Stichting Zeeschelp en ARK. In 2016 ontdekte ARK samen met partners het voor zover bekend enige natuurlijke oesterrif in de Nederlandse Noordzee. Via onderzoek en experimenten met verschillende methodes en structuren op de zeebodem, leerden we wat oesters nodig hebben om te overleven en zich voort te planten om zo uiteindelijk meer nieuwe oesterriffen te vormen. Begin 2023 bereikte Stichting Zeeschelp na jarenlange oefening een doorbraak in de grootschalige kweek van Europese platte oesters. De opgedane kennis en praktijkervaring van ARK en legio andere oesterherstellende partijen in binnen- en buitenland wordt al jaren onderling gedeeld. Zo werken we samen naar een natuurrijke Noordzee.  

Een voorbeeld daarvan is het leren van de techniek 'remote setting', waardoor in de VS en Australië al succesvol grote hoeveelheden schelpen met lokale oestersoorten werden begroeid en uitgezet. In 2024 nam ARK het initiatief de methode naar Nederland te halen en voor het eerst uit te proberen met de inheemse oester van de Noordzee: Ostrea edulis. Daarbij schakelde ARK de hulp in van ervaringsdeskundige Boze Hancock van The Nature Conservancy. En met succes! Het eerste experiment resulteerde in 2025 in enkele pilotprojecten en een bredere samenwerking waarin stenen – vaak gebruikt bij de aanleg van maritieme infrastructuur zoals windmolens op zee – op eenzelfde manier werden begroeid met oesterlarven. Francesc Montserrat, mariene ecoloog bij ARK: "De stenen basis voor nieuwe riffen wordt volgens de huidige plannen voor de energietransitie al gelegd. Om daar dan een levende laag aan toe te voegen, is zo'n uitgelezen kans om op grote, industriële schaal nieuwe riffen te kickstarten!"
"Door kennis verder te brengen en samen te werken met partijen in de maritieme infrastructuursector, hebben we de slagkracht om als rifherstellers de stap te zetten van experimenteren naar standaardiseren,” zegt Nienke Oostenbrink, projectleider van Rifherstel XL bij Natuurversterking Noordzee.  

Het belang van riffen 

In de Nederlandse Noordzee komen van nature riffen voor. Dat zijn niet de koraalriffen die we kennen uit tropische wateren, maar 'koudwaterriffen' met als basis oesters en mosselen. Via voortplanting bouwen deze weekdieren schelp op schelp nieuwe riffen met daarin allerlei kieren, hoekjes en gaatjes. Perfect voor verschillende soorten om in te leven, schuilen, eitjes op af te zetten en zich te voeden. Riffen zijn daardoor ware hotspots voor het zeeleven. Tegenwoordig zijn zulke riffen zeldzaam. Er is slechts één natuurlijk schelpdierrif bekend in de Nederlandse Noordzee. In de afgelopen decennia verdwenen de riffen met name door overbevissing en vervolgens ook door ziektes. Al jaren holt de biodiversiteit in de Noordzee daardoor achteruit, en wordt het er steeds leger en stiller. Door grote nieuwe bronpopulaties van inheemse oesters en mosselen te introduceren en ze houvast te geven, maken we een robuust, levensvatbaar begin. Zo ontketenen we een natuurlijk proces van herstel en groei.

Image
De aanleg van oesterriffen is goed voor allerlei bodembewoners zoals deze krab. Foto Ad Aleman

Kans voor grootschalig natuurherstel 

Met de uitkomsten van het onderzoek wil het team van Rifherstel-XL nieuwe deuren openen naar grootschalig rifherstel in de Noordzee. De best presterende ontwerpen en methodes kunnen worden gebruikt bij de aanleg van maritieme infrastructuur of bij de opdracht voor natuurherstel die bij de Nederlandse overheid ligt. Met de grootschalige uitzet van verschillende structuren en rotsen tijdens het project hoopt het team ook daadwerkelijk nieuwe riffen te starten op het Friese Front en de Doggersbank. Pauline Kamermans, senior onderzoeker bij Wageningen Marine Research: “Rifherstel doen op de bodem van een ruige zee is pionieren. We gaan al doende van de pilots leren welke vormen van rifherstel het beste werken op open zee.” 

Projectpartners 

Aan project Rifherstel-XL werken mee: het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), ARK Rewilding Nederland, Stichting Zeeschelp, Waardenburg Ecology, Stichting Doggerland, Wageningen Marine Research, De Rijke Noordzee, Van Oord Ocean Health, EcoShape, Naturalis Biodiversity Center en TU Delft. Met subsidie vanuit Natuurversterking Noordzee: een publiek-private samenwerking tussen het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Ecoshape en De Rijke Noordzee, ondersteund door wetenschappelijke partners. Het programma wordt mogelijk gemaakt met steun van de Europese Unie (NextGenerationEU) en het ministerie LVVN.

Contactpersoon