Wilde zwijnen staan er vaak niet goed op bij mensen: ze ruïneren landbouwgrond, zorgen zoekend naar bodemdieren voor problemen in voortuinen, of steken onverwacht drukke wegen over. Maar eigenlijk zijn ze juist de sterspelers in natuurgebieden. Ze brengen een hoop dynamiek, en waar dynamiek is, is leven! Wild zwijnenexpert Ykelien Damstra somt hun positieve invloed moeiteloos op: hun gewroet in de grond maakt ruimte voor nieuwe planten en insecten, en hun gebadder - ook wel ‘zoelen’ genoemd- zorgt voor ‘badkuipjes’ waarin bij droogte langer water blijft staan. In hun vachten reizen plantenzaden mee over grotere afstanden en ze houden al te uitbundig groeiende bos- en moerassoorten, zoals de adelaarsvaren, in toom.
Wat te doen met het wild zwijn? Vier scenario’s
De problemen met zwijnen waren in de provincie Noord-Brabant de aanleiding om anders naar de omgang met de soort te kijken. “In de provincie gold een nulstand: zwijnen mochten niet voorkomen in Brabant. Maar er kwamen er toch steeds meer binnengelopen, vanuit Limburg en België en door uitzet. Wat te doen? vroeg de provincie zich af. Ze benaderde deskundige Gerrit-Jan Spek, met veel ervaring met het wild zwijn op de Veluwe. Hij vroeg ARK erbij voor de kennis over zwijnen en rewilding. Ykelien: “In opdracht van Faunabeheereenheid Brabant (FBE) stelden we vier scenario’s op van omgaan met het wild zwijn: de geldende ‘nulstand’ (nergens zwijnen), alleen in bepaalde gebieden met een hek erom, ze vrij laten bewegen zonder hek of afschot, of: leven in kerngebieden, vanwaar ze wel naar elders kunnen verkassen, met de optie van afschot bij te grote schade. Dat kan schade zijn voor boeren, maar soms is de impact van het gedrag van zwijnen op andere plant- en diersoorten ook té groot.”
Effecten in beeld, unaniem besluit
Voor elk van de vier scenario’s werd in beeld gebracht wat de effecten waren voor de landbouw, natuurterreinen, de zwijnen zelf, en het risico op varkenspest. De onderzoekers gingen hiervoor ook te rade bij experts uit België die hun ervaringen deelden. Het rapport legden ze voor aan de Zwijnencommissie met Brabantse vertegenwoordiging van landbouworganisatie Lto, de Dierenbescherming en de grote terreinbeheerders. Zij waren unaniem in hun oordeel: vrij leven met beheer was de meest gewenste optie. “Dat was heel tof!” zegt Ykelien. “De keuze is daarna verder ingekleed met een serie randvoorwaarden. Bijvoorbeeld dat het voor boeren makkelijker werd gemaakt om bij schade een vergoeding te krijgen en dat er een goed plan zou liggen voor bij varkenspestuitbraak. Randvoorwaarde was ook dat dieren zouden worden afgeschoten op een manier dat de wilde zwijnen niet schuw worden, en niet eerst gelokt.”
Zwijnen kunnen zich nu verspreiden
De nieuwe beleidslijn voor het wild zwijn ligt nu vast in het Faunabeheerplan. De komende tijd zal laten zien hoe die gaat werken. Ykelien hoopt dat de wilde zwijnen zich goed gaan verspreiden door de provincie. Op een kaart gaf het onderzoeksteam al met pijlen aan tot waar de dieren zouden kunnen komen. “Misschien wel tot in de Biesbosch. Zwijnen voelen zich overal thuis: in beukenbossen, ooibos, broekbos, beekdalen en moerassen. Ze zetten in al deze gebieden veel goeds in gang,” zegt ze enthousiast. “Zeker als je ze aan elkaar koppelt en de grenzen met landbouwgebieden verkleint.”
Belangrijke stap, voorbeeld voor andere provincies
Het zou mooi zijn als de nieuwe aanpak positief uitpakt. Dan wordt het voor andere provincies waar het wild zwijn voorkomt – Drenthe, Gelderland, Overijssel, Limburg - ook aantrekkelijk om de nulstand te verlaten. Ykelien: “Bij ARK werken we aan robuuste verbindingen tussen natuurgebieden, ook over de provinciegrenzen heen. Het helpt als die op termijn ook zijn opengesteld voor een echte sleutelsoort als het wild zwijn.” De ingezette lijn in Noord-Brabant is in elk geval een belangrijke stap.