Imke Nabben werkt hier aan het herstel van de waterhuishouding en de ontwikkeling van een gevarieerder landschap. Door de bodem van een diep ingesneden beek op te hogen, stroomt het water minder snel weg. Regenwater krijgt zo meer kans om in de bodem te zakken en het bronwater wordt langer vastgehouden. In een jaar tijd ontwikkelde zich zo een bronbeekmoeras. Eerder werden hier al jonge dotterbloemen ontdekt. Nu laten ook andere moerasplanten zich zien. Opvallend genoeg staan deze voorjaarsbloeiers zelfs in de herfst nog in bloei!
Een handje helpen
Om de planten een vliegende start te geven, kreeg het gebied afgelopen zomer een flinke dosis bloemenzaad cadeau. Dat kwam mee met maaisel uit de natte, botanisch rijke graslanden van Natuurmonumenten in het Geuldal. Het maaisel was eigenlijk bestemd voor afvoer. Het team Drielandenpark zag een kans en verspreidde het handmatig over het terrein. Bij temperaturen tussen de 35 en 40 graden was dat flink zweten en zwoegen. Maar het resultaat mag er zijn!
Een laatste zetje voor de natuur
Vroeger verspreidden grote grazers zaden over grote afstanden. Ze bleven hangen in hun vacht of maakten via hun mest een lange reis. Zo konden planten nieuwe plekken bereiken en waren natuurgebieden met elkaar verbonden. Tegenwoordig zijn veel van die verbindingen verdwenen en ontbreekt het vaak aan natuurlijke zaadbronnen.
Met maaisel uit hetzelfde stroomgebied en van vergelijkbare groeiplaatsen brengen we die verbinding een beetje terug. Zo krijgt de natuur een eenmalig duwtje in de rug. Daarna is het aan planten, water en grazers om het landschap verder te ontwikkelen.
De bloemen in Meelenbroek bewijzen: een beetje hulp, een flinke dosis zweet en ruimte voor natuur kunnen samen veel moois opleveren!