De meeste soorten op aarde zijn honderdduizenden tot miljoenen jaren oud, hun functionele kenmerken vaak nog ouder. De processen die deze rijkdom hebben voortgebracht en in stand hebben gehouden, hebben zich door vele periodes van klimaatinstabiliteit bewezen. IJstijd op en ijstijd af. In een veranderende omgeving en een nieuw klimaat zijn natuurverbindingen nodig om soorten de kans te geven te migreren en zich aan te passen. Vasthouden aan ecosystemen van weleer in geïsoleerde gebieden werkt onvoldoende. Zonder verbonden natuurgebieden dreigt uitsterven voor steeds meer soorten. Waar we natuur verbinden en natuurlijke processen de ruimte geven, vergroten we de overlevingskansen van soorten. Daarom staat ARK op het standpunt dat het afmaken en uitbreiden van het natuurnetwerk in Nederland grote prioriteit heeft.
Door versnippering van natuur – met daartussen kilometers aan landbouwgrond, dorpen, steden en wegen – lukt het soorten vaak niet te migreren. Routes zitten vol obstakels. En áls een soort het redt, is overleven nog geen garantie. Ook hun prooidieren, de boomsoorten waarin ze nestelen of roesten, en de bloemen die hen van stuifmeel voorzien, moeten mee kunnen bewegen.
Daarnaast moet natuur mógen veranderen. In rewildingsgebieden wordt niet de natuur uit onze herinneringen aangelegd, maar de weg vrijgemaakt voor ‘novel ecosystems’: nieuwe ecosystemen die zich kunnen aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid, waarin plek is voor de vele nieuwe soorten die zich aandienen. Dit aanpassingsvermogen is de kern van de evolutie: het leven is toegerust voor het omgaan met veranderingen. Landschappen veranderen door overstroming, begrazing, brand, droogte en wind. Sommige soorten verdwijnen, nieuwe verschijnen, andere passen zich aan en weer andere nemen functies over. In rewildingsgebieden (die voldoende groot en rijk aan natuurlijke processen en voldoende compleet qua soorten) kan natuur haar eigen antwoorden vinden.
Dat we streven naar deze autonome, zelfstandige wilde natuur wil niet zeggen dat je nooit bij mag te sturen bij gebrek aan voldoende wildheid. Daarin is rewilding ook pragmatisch: ecosystemen zijn niet meer zo compleet als ze ooit waren, maar herstel van veel processen is nog altijd mogelijk en leidt tot hoopvolle resultaten. Dat laat ARK al meer dan 35 jaar zien in onze rewildinggebieden.