Dag van de bij: meer wilde natuur voor bestuivers graag!

20-05-2026
In ons land leven ongeveer 360 soorten wilde bijen en hommels. Meer dan de helft daarvan staat onder druk of dreigt te verdwijnen. Natuurgebieden verbinden en natuurlijke processen herstellen is een onmisbare actie voor een goede toekomst van bestuivers en daarmee ook voor mensen.

Vandaag, 20 mei is het de internationale Dag van de bij. ARK Rewilding Nederland roept tijdens deze dag op om stil te staan bij de grote diversiteit aan bestuivers in Nederland en wat zij nodig hebben in het landschap. 

Leefgebied bijen, vlinders en vliegen onder druk

In Nederland leven ongeveer 360 soorten wilde bijen en hommels. Het is een graag geziene soort(groep). Maar wilde bijen, zweefvliegen, dag- en nachtvlinders zijn de afgelopen decennia hard achteruitgegaan. In ons land staan maar liefst 55% van alle bijensoorten, 46% van alle zweefvliegen en 62% van alle dagvlinders op de Rode Lijst. Voor zweefvliegen zijn de nieuwste cijfers extra alarmerend: sommige onderzoeken schatten een afname van 50–90% in dertig jaar. En dat terwijl deze insecten van groot belang zijn voor natuurlijke ecosystemen en onze voedselvoorziening. De belangrijkste oorzaak van de afname is het verdwijnen van geschikt leefgebied door intensieve landbouw, versnippering van natuurgebieden, verstedelijking en “verstening” van tuinen en strakker en efficiënter beheer van het openbare groen. Daarnaast zijn te veel stikstofdepositie, klimaatontwrichting en pesticiden en andere bestrijdingsmiddelen belangrijke oorzaken van de dramatische achteruitgang. 

Bijen kunnen in Nederland rekenen op veel commitment. Veel mensen willen er graag wat voor doen. Bloemrijke tuinen, bermen en bijenhotels lijken niet aan te slepen. Dat is een enorme positieve investering en helpt de bijenstand in onze dorpen en steden flink. Hulp hebben bijen en andere bestuivers ook nodig in onze natuurgebieden. Het rewilden van het landschap kan die hulp leveren.

Het wilde bijenlandschap

Insectenhotels zijn een mooie vervanging van de natuurlijke broedplekken van wilde bijen, juist omdat die vaak afwezig zijn in onze stedelijke omgeving. In een meer natuurlijke omgeving is het de natuur zelf die alles levert wat wilde bijen en andere insecten nodig hebben. Grote grazers snoeien bramen en struiken, waarbij holle stengels beschikbaar komen voor metselbijen om in te nestelen. De uitvlieggaten van boktorren en andere doodhoutkevers in staande dode bomen geven metselbijen toegang tot een labyrint aan gangen.

Stieren die in sociale kuddes leven maken in de bronsttijd indrukwekkende kuilen met aan de ene kant een steile wand die telkens weer wordt afgegraven en een flauw oplopende andere kant waar het afgegraven zand naar toe wordt gegooid. Zowel de steile kant als de vlakke kant heeft zijn eigen bijensoorten en graafwespen. Soorten zijn zelfs kieskeurig of ze een zon beschenen kant kiezen of een schaduwzijde. Wisenten en paarden maken zandbaden, waar weer andere soorten gebruik van maken. Bronstkuilen en zandbaden zijn ook ideale plekken voor pionierplanten om te kiemen en op te groeien. De grazers helpen ook nog eens mee met de verspreiding van die planten, doordat de zaden in hun vacht blijven hangen en er tijdens een zandbad of bij het bronsten in een kuil weer gemakkelijk uitvallen.

Image
Vliegende bijenwolf met prooi
Bijenwolf met prooi in stierenkuil

Naast grote dieren, zorgen meanderende beken en rivieren voor steile oevers en daarmee broedhabitat voor diverse soorten zandbijen en solitaire graafwespen.

Grote grazers zorgen er door betreding en vraat ook voor dat er meer bloeiende kruiden komen en de diversiteit ervan toeneemt. De bloemen zijn weer van groot belang voor stuifmeel en nectar. Veel soorten solitaire bijen zijn bovendien afhankelijk van één of een paar soorten bloemen. Diversiteit aan bloemen vertaalt zich zo direct in een diversiteit aan bijen en andere bestuivers. Het wilde zwijn is helemaal kampioen bloemen kweken. Op zoek naar voedsel wroet het zwijn de bodem open, waardoor bloemen, grassen, struiken en bomen nieuwe kansen krijgen om te kiemen. Vooral bloemen profiteren daarvan, omdat zij relatief kort leven en telkens weer uit zaad moeten opkomen. Waardplanten zoals het akkerviooltje en bosaardbei, komen op. Diverse zeldzame vlinders, zoals aardbeivlinder en kleine parelmoervlinder, profiteren hiervan. Mest van wildlevende grazers wordt door vlinders benut om mineralen uit op te zuigen. Opvallend is ook dat vlinders zoals koninginnenpages, het liefst hun eitje afzetten op een wilde peen die in of naast de mest van wildlevende paarden of runderen groeit. De mest zorgt voor extra groeikracht en de grazers grazen liever niet rond mest om een eventuele besmetting met parasieten te voorkomen.

Image
Hompelvoet Parnassia
Grote grazers leveren belangrijke bijdrage aan het wilde bijenlandschap

Samenwerken aan meer wilde natuur voor de bij

Bijen zijn onmisbaar voor het leven op aarde. Bestuivers zoals bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen zijn essentieel voor de voortplanting van veel planten, in de wilde natuur maar natuurlijk ook in de landbouw. Een landschap waar natuurgebieden met elkaar verbonden zijn en natuurlijke processen alle ruimte krijgen, is onmisbaar voor een goede toekomst van bestuivers en daarmee ook voor mensen. Help je mee meer ruimte te maken voor wilde natuur in Nederland? 

Image
Sleutelrol bodemwoeling. © Jeroen Helmer
Wild zwijn kampioen bloemen kweken
Contactpersoon

Meer informatie

Kennislinks