Tijdens het zoeken naar stages voor mijn opleiding Toegepaste Biologie aan de HAS green academy kwam ik de vacature van het project 'Dood doet Leven' tegen. Dit onderwerp sprak me meteen aan! Ik heb toen 20 weken lang een onderzoeksstage mogen uitvoeren binnen dit unieke project.
Dood doet Leven in het KempenBroek
Dood doet Leven is een project waarbij dode dieren, ofwel kadavers, centraal staan. Kadavers worden gewoonlijk opgeruimd uit natuurgebieden, ze bevatten echter een hoop nutriënten waar planten en dieren profijt van kunnen hebben. Om deze nutriënten weer terug in natuurgebieden te laten komen, wordt er op verschillende plekken valwild geplaatst: wild dat niet is omgekomen door de jacht, maar door omstandigheden zoals aanrijdingen of ziektes. Ik heb mijn onderzoek uitgevoerd in het KempenBroek, een UNESCO Mens & Biosfeergebied dat zowel in Nederland als België ligt. Door videobeelden van wildcamera's met elkaar te vergelijken ontdekte ik welke factoren invloed kunnen hebben op de aaseters. Ik heb hiervoor gekeken naar temperatuurverschillen, de weefsels die door de aaseters werden gegeten en naar verschillende ontbindingsstadia van de kadavers.
Weefseltypes en ontbindingsstadia herkennen
Voordat ik de camerabeelden ging annoteren (analyseren), moest ik natuurlijk wel eerst de weefseltypes en ontbindingsstadia kunnen onderscheiden. Hiervoor heb ik een cursus gevolgd bij Elke Wenting (postdoctoral researcher aan de Radboud Universiteit), en heb ik heel veel geoefend met al eerder geannoteerde camerabeelden door het voorgaande onderzoek van stagiaire Indy van der Giessen. Dit was in het begin nog vrij lastig, maar ik kreeg uiteindelijk de smaak te pakken.
De verborgen dierenwereld op beeld
Door wel honderden videobeelden van wildcamera’s te bekijken kwam ik erachter welke dieren er op de kadavers afkomen. Verrassend om te zien hoeveel er vooral ’s nachts door onze bossen lopen! De ene na de andere soort kwam voorbij. Tijdens het annoteren kwam ik vaak leuke en grappige beelden tegen. Zo heb ik een groep van wel tien zwijnen gezien, reeën die elkaar likten, een vos die een groot stuk kadaver probeerde mee te nemen en een das die zijn snoet voor de camera liet zien. Ook zijn we tijdens het veldwerk een moederzwijn met haar twee biggen tegengekomen.
Resulaten van de camerabeelden
Toen ik eenmaal de camerabeelden had geannoteerd, kon ik met de dataverwerking aan de slag. Een resultaat dat overeenkwam met mijn verwachtingen was dat er in de koude periode meer weefsel was gegeten door een grotere diversiteit aan aaseters dan in de warme periode. Uit een ander opvallend resultaat bleken met name het wilde zwijn, de buizerd en de bunzing belangrijk te zijn voor de afbraak van kadavers in het KempenBroek. Vooral het wilde zwijn is belangrijk, aangezien die bij alle ontbindingsstadia en zowel in de warme als koude periode van de partij was. Verder zijn er ook kieskeurige aaseters waargenomen, waaronder de buizerd en de steenmarter, die alleen dineerde bij specifieke ontbindingsstadia.
De afgelopen vijf maanden waren een waardevolle periode voor zowel mijn kennisontwikkeling als persoonlijke ontwikkeling. Ik heb geleerd om te annoteren, mijn verslaglegging- en communicatieve vaardigheden verder ontwikkeld en ik heb vooral veel plezier gehad tijdens het onderzoeken. Verder mocht ik mee op excursie naar verschillende gebieden waar ARK-projecten lopen en volgde ik de lunchlezingen om erachter te komen waar de andere ARK'ers zich mee bezighouden.