Verdroging, overstromingen, gezondheid, veiligheid, recreatie, veerkracht, biodiversiteit, ruimte voor mens én natuur? Nederland heeft flinke uitdagingen. En die kunnen sámen met (meer) natuur worden aangepakt. Dat is de groene belofte van Nature-based Solutions.
Meer natuurhectares realiseren is een manier om vele maatschappelijke opgaven te tackelen. Het idee van natuurlijke oplossingen begint bij het combineren van functies op hetzelfde stuk grond. Meer natuur om juist ook ándere doelen te behalen. Maar, als deze belofte zo mooi klinkt, waarom verwerkelijken we die niet nú? Morgen? Volgend jaar?
Er staan nog een paar obstakels in de weg, waarvan een veelgehoorde is: ‘Wie gaat dat dan betalen? We hebben het land toch nodig om geld te verdienen? De ruimte is al schaars in dit kleine land, nu moeten we ook nog grond vrijmaken voor meer natuur!' En natuur staat niet bepaald bekend als de economische motor van Nederland.
Toch zijn er vele voorbeelden die het tegenovergestelde laten zien. Marieke Reisinger, programmaleider op de Veluwe, rekende uit hoe het economische plaatje positief verandert bij een transitie van een agrarisch productielandschap naar een natuurlandschap met verblijfsrecreatie.
Marieke, wat is de kerngedachte achter dit concept?
“Grond in Nederland heeft een bepaald verdienvermogen, afhankelijk van het gebruik. Grond waar bebouwing op staat is heel veel waard, landbouwgrond is al minder waard, grond voor natuur is het minste waard. Dat steekt, wanneer je beseft hoe cruciaal de natuur is voor de maatschappij. Natuur heeft ontzettend veel waarde, ook financieel. Daarom hebben we berekend wat het financiële rendement is van landbouwgrond in verhouding tot dat van verblijfsrecreatie in de natuur. De crux is dat het opbrengend vermogen van recreatie, gemiddeld, 8 keer hoger is dan dat van agrarisch grondgebruik. Met 1 hectare recreatiegrond en daarop een bescheiden aantal off grid-huisjes kun je dus evenveel verdienen als met 8 hectare landbouwgrond. Oftewel: 1 hectare recreatie kan 7 hectare nieuwe natuur financieren. Of een veelvoud daarvan.”
Is dit concept al in praktijk gebracht?
“Knepp Estate in Engeland is een prachtig voorbeeld. Landgoedeigenaar Sir Charlie Burell gaf 1.100 hectare landbouwgrond terug aan de natuur en bouwde een nieuwe business case op de verhuur van zijn vastgoed, ecotoerisme en verkoop van ‘wildernisvlees’ van de paarden en runderen die zijn nieuwe natuurlandgoed begrazen. Eerst intensieve landbouw, nu krijgen natuurlijke processen alle ruimte. Een ronkend succesverhaal wat natuurwinst betreft, maar ook het nieuwe verdienmodel boert vele malen beter dan het agrarisch model. De inkomsten zijn hoger en stabieler. Het landgoed is immers niet langer afhankelijk van de grillige wereldmarkt voor melk en graan.
ARK ziet al vanaf de eerste meters natuur die ze ruim 35 jaar geleden in de Gelderse Poort realiseerde, dat nieuwe natuur een magneet is voor recreanten. Wandelaars, fietsers, vogelaars: allemaal willen ze genieten van de natuur en ook een kopje koffie drinken, ijsje eten, of meerdere dagen in de natuur verblijven. Ga maar na: een pannenkoekenhuis of B&B op een industrieterrein werkt niet, mensen komen bij de gratie van rijke natuur waar iets te zien en te beleven valt.
De recreatiesector is in die zin bijzonder gebaat bij nieuwe natuur. Het wrange is alleen dat de natuur zelf niets positiefs merkt van de inkomsten die zij genereert. Dus voor ARK is al heel lang de vraag ‘Kunnen we het niet omdraaien? Natuur brengt geld in de kassa voor de recreatieondernemer, maar kan recreatie ook geld in de natuurkassa brengen?’ Op papier blijkt dat dus te kunnen. En nu willen wij natuurlijk heel graag ‘de eerste Nederlandse Knepp Estate’ ontwikkelen”.
Welke maatschappelijke opgaves pakken we aan met het vrijspelen van meer natuurhectares?
“Dat zijn er nogal wat, maar verdroging is bijvoorbeeld een hele belangrijke. De oostflank van de Veluwe is één van de vele plekken waar het speelt. De kletsnatte natuur die hier ooit lag in de vorm van broekbossen, venen en moerassen, is voor het overgrote deel verdwenen doordat sloten en greppels al eeuwenlang het kwel- en regenwater afvoeren. Pas dan konden we immers de grond voor landbouw gebruiken. Inmiddels is het omgekeerde hard nodig: water vasthouden! Ook agrariërs hebben behoefte aan buurnatuur die water vasthoudt, om die in tijden van droogte na te leveren. Door volgens het principe ‘bodem en water sturend’ het landschap opnieuw in te richten, kun je op die Veluwse oostflank in de laagtes natte natuur ontwikkelen en op de hogere ruggen gezonde landbouw een goede plek bieden.
Een andere belangrijke maatschappelijke opgave is de noodzaak aan meer ruimte voor recreatie. De ANWB heeft becijferd dat alleen al om de hoeveelheid groen per inwoner van Nederland gelijk te houden, er tot 2030 ongeveer 27.000 hectare groene ruimte bij moet komen. En tot 2050 zelfs 63.000 hectare. Dit is van groot belang voor de fysieke en mentale gezondheid en voor de leefbaarheid van Nederland. Op de Veluwe speelt dit enorm. Het is het drukst bezochte gebied van Nederland, het gebied barst uit z'n voegen. Beleidsmakers zijn al tijden bezig om de Veluwe beter te zoneren en recreatie meer naar de Veluwse flanken te geleiden. Diezelfde flanken waar wij juist pleiten voor nieuwe, natte natuur die verdroging tegengaat.
Deze twee opgaven kun je natuurlijk perfect koppelen door op de flanken natte natuurhectares te ontwikkelen die een natuurlandschap opleveren waar de recreant zijn hart kan ophalen. Maar wel met verblijfsrecreatie die bijdraagt aan het bekostigen van die nieuwe natuur.
Naast de Veluwse flanken, verwachten we ook dat de Veluwse landgoederen een kansrijke plek voor dit concept zijn. Landgoederen moeten van oudsher natuurlijk al zelf hun broek ophouden en denken dus ondernemend. Vaak werken landgoederen met agrarische pachters op hun gronden. Op het moment dat een pachter stopt, ligt er een kans om naar een model van natuur en recreatie over te stappen. Zeker op de schrale, Veluwse zandgronden, waar landbouw niet altijd de gemakkelijkste keuze is, levert de combinatie van natuur en recreatie in veel opzichten meer op! Natuurlijk blijft dan de vraag hoe je borgt dat revenuen écht naar meer natuur gaan, in plaats van naar extra inkomsten voor de mens. Maar juist landgoederen zijn gewend om in termen van landschapskwaliteit te denken.”
Hoe denk jij dat het economische belang en het natuurbelang vaker gecombineerd kunnen worden?
“Het zou helpen als we de neiging tot financiële winstmaximalisatie los zouden laten. En veel meer proberen te denken vanuit wat we minimaal nodig hebben, in plaats van er het financieel maximale uit te persen. Meer denken aan brede welvaart, dan alleen aan maximale winst. Daarnaast geloof ik in een oud ARK-adagium: ga naar buiten, ga samen struinen met ondernemers, laat ze voelen hoe cruciaal die natuur is. Onderbouw waarom de natuur voor ándere opgaven broodnodig is. Begin bij de basis: verwondering voor de natuur.”
Een oproep aan grondeigenaren, overheden, financiers en voorlopers: door krachten te bundelen kunnen we een nieuw type landschap creëren – waar natuur geen sluitpost is, maar het startpunt van waarde. Neem contact op met marieke.reisinger@ark.eu voor meer informatie.