Die terugblik kreeg extra betekenis door de grote belangstelling voor dit onderwerp. Op 29 januari jl. vond op De Maashorst een bijeenkomst plaats waarin de ervaringen met natuurlijke begrazing centraal stonden. Deelnemers en sprekers uit Nederland en Vlaanderen kwamen samen om kennis en inzichten uit te wisselen. De grote opkomst van deskundigen, beheerders en beleidsmakers uit binnen- en buitenland onderstreepten niet alleen het belang van de ontwikkelingen op De Maashorst, maar ook de internationale relevantie van de hier opgedane ervaringen met natuurlijke begrazing en natuurherstel.
Hoog en nat, laag en droog
De Maashorst ligt hoog tussen twee waterdichte breuken in de aardkorst die hier aan de oppervlakte komen. Dit stukje omhoog gedrukte aardkorst wordt geflankeerd door twee slenken, de Roerdalslenk in het zuidwesten en het dal van de Maas ten noordoosten. De breuken herstellen zichzelf door ijzerrijke kwel, die als roest neerslaat op het moment dat het met lucht in aanraking komt, en zo een waterdichte laag vormt, waardoor het kwelwater naar boven wordt gedwongen. Natte delen met o.a. dotterbloem markeren de bovenkant van breuken in het landschap, terwijl de lage kant van de breuk juist droog is. Tijdens de ruilverkaveling zijn dwars door deze waterdichte breuken twee meter diepe ontwateringsgreppels gegraven waarmee deze unieke leefomgeving is verdwenen. Door aankoop van landbouwgrond boven op de horst en omzetting naar natuur zijn inmiddels forse delen van het watersysteem hersteld.
Natuurlijke begrazing
Uit diverse onderzoeken in De Maashorst en daarbuiten blijkt dat de drie soorten grazers elkaar aanvullen qua terreingebruik en qua dieet. De duidelijkste graseter van de drie is het paard. Wisenten verblijven veel in en om het bosgebied, maar kiezen binnen het bosgebied graag voor open plekken of halfopen delen. Daar is immers het meeste voedsel te vinden.
Na onderzoek bleek dat er in het begin niche-overlap was tussen de verschillende type grazers. Maar na enkele jaren blijkt dat iedere soort zijn eigen specialisme en niche ontwikkelt. Dit komt overeen met hoe verschillende grazers in Afrika op elkaar reageren.
De wisenten lopen momenteel in een kleiner deelgebied samen met paarden en runderen, het plan is om het totale kerngebied te laten begrazen door deze drie soorten grazers. Uit monitoringsonderzoeken blijkt dat de alle drie de grazers goed reageren op publiek. Het meest voorkomende gedrag van de grazers is even opkijken en dooreten. Communicatie blijft belangrijk om mensen te helpen zich aan de gedragsregels te houden, zoals het houden van afstand tot de dieren.
Bosomvorming
In de bospercelen met grove den en zwarte den zijn open plekken gemaakt om structuurvariatie te krijgen. Daarnaast zijn op tal van plekken ontbrekende boomsoorten aangeplant. De rol van de grote grazers was het openhouden van het landschap en ook beperkte bosontwikkeling op de voormalige landbouwgronden mogelijk maken.
Dat ging tot 2018 eigenlijk uitstekend. In de open gebieden kiemden de nodige berken op plekken waar een deel van de toplaag afgegraven was. Vaak als haren op een hond, zoveel en zo dicht op elkaar. De taurossen en wisenten snoeien en breken een deel van de jonge berken, waardoor deze bosjes minder eenvormig worden en meer structuur krijgen en er veel meer bloemen tussen bloeien. Ook verschenen er op tal van plekken in de graslanden bramenhorsten. Binnen die braamstruwelen kiemen eiken en andere smakelijke soorten. De bomen en bossen op De Maashorst staan op arme zandgrond en hebben daardoor te maken met extreme weersomstandigheden van droogte en natheid te maken naast mineralenuitspoeling en stikstofbelasting. De komende jaren wordt daarom verder ingezet op bosrevitalisatie.
Grauwe klauwier
Tijdens de mond- en klauwzeeruitbraak in 2001 is De Maashorst een tijd niet begraasd, waardoor er toen tal van meidoorns kans zagen te kiemen en op te groeien. Die meidoorns zijn nu flinke struiken en doen al jaren dienst al uitkijkpost voor overwinterende klapeksters. Maar dat niet alleen, in 2018 koos een paartje grauwe klauwieren de meidoorns in het wisentgebied uit als nestplaats. Het bleek het begin van een zeer succesvolle en gestage ontwikkeling naar inmiddels 23 broedparen, waarvan het overgrote deel in het relatief kleine wisentgebied huist. De rust in het wisentgebied zal daar mede de oorzaak van zijn, maar er was duidelijk dat er meer aan de hand moest zijn.
Ook de overige paartjes klauwieren zaten vrijwel allemaal in het begrazingsgebied op De Maashorst. Braakbalonderzoek door Annemarie van Diepenbeek bracht uitkomst: de braakballen van de grauwe klauwieren zaten vol met dekschilden van mestkevers! Aangezien er in de natuurlijke graaskuddes geen ontwormingsmiddelen gebruikt worden zit de mest van de grote grazers vol met mestkeverlarven en vliegen er flinke aantallen mestkevers rond. “Die braakballen vind je niet zomaar. Ze zijn klein, broos en liggen verborgen onder meidoorns en braamstruiken in hoog gras. Hurkend en speurend verzamelde ik ze nadat in augustus de vogels waren vertrokken - om verstoring te voorkomen” aldus Annemarie.
Klimaatverandering
2018 was niet alleen het jaar van de eerste broedende grauwe klauwier op De Maashorst, maar ook de een van de droogste jaren uit de Nederlandse weergeschiedenis. Het gras verdroogde en was alleen nog groen in de schaduw van bomen. In plaats van gras verschenen er overal bloemen, van gewoon biggenkruid, zandblauwtje, akkerviooltje en vogelpootje tot lokaal klokjesgentiaan en steenanjer. En na de bloemen kwamen de vlinders. De jaren 2023 en ’24 waren daarentegen verschrikkelijk nat. Tot diep in het voorjaar stonden bomen en struiken in het water, soms een halve meter diep. Paden waren langdurig onbegaanbaar. Veel bomen zijn gestorven, waaronder de nodige jonge berken in wat diepere, afgeplagde delen. Ook zijn veel beuken gestorven, wat pas in het droge jaar 2025 echt helemaal duidelijk werd. Moerasplanten hadden zich flink uitgebreid, het gras was teruggekeerd en watervogels waren massaal verschenen als broedvogel, maar de enorme bloemenpracht was grotendeels weg.
Het aandeel gras ten opzichte van bosverjonging groeit waardoor besloten is het aandeel paarden te laten groeien ten opzichte van het aantal runderen in het gebied. De paarden grazen ook meer op de vele wat schralere graslanden in het gebied, waardoor bloemen weer de kans krijgen om terug te keren en het gras een betere kwaliteit krijgt voor de andere grazers. De toekomst zal leren hoe dat uitpakt. Met twee keer per jaar monitoren moeten we daar goed zicht op kunnen houden.
Nog lang niet af
Op De Maashorst wordt al sinds 1969 gedroomd en gewerkt aan grotere en wildere natuur. Er is al veel landbouwgrond omgevormd naar natuur, maar af is het nog lang niet. Ook in de komende jaren worden er nog enkele percelen toegevoegd aan het natuurgebied, kunnen honderden meters diepe ontwateringsgreppel verdwijnen en kunnen van oorsprong natte delen in ere hersteld worden. De oever van een zandwinplas wordt nog dit jaar onderdeel van de begrazing waardoor de grazers ook in droge tijden altijd toegang tot drinkwater hebben. Jaarlijks neemt het aantal broedvogelsoorten nog toe op de Maashorst met oehoe en middelste bonte specht als recente nieuwkomers. Ook andere soorten laten herstel zien, zoals veldkrekels en blauwvleugelsprinkhanen. Komende jaren blijven partners zich inzetten om er een aaneengesloten gebied van te maken.