De ochtend begint fris en mistig in het KempenBroek, ooit een kletsnat en ontoegankelijk grensmoeras dat zowel in België als in Nederland ligt. Dit grensoverschrijdend gebied ligt in drie provincies: Belgisch-, Nederlands-Limburg en Noord-Brabant. Inmiddels delen mens en niet-mens dit landschap van kwelzones, doorstroommoerassen en soortenrijke overgangen tussen bos, grasland en open water al eeuwenlang. Door ontginning voor landbouw raakte het gebied versnipperd. Het gebied is nu een UNESCO Mens‑ en Biosfeergebied, waar wordt gestreefd naar een evenwicht tussen menselijke activiteiten (zoals wonen, landbouw en recreatie) en het herstel van biodiversiteit en ecologische bescherming, bijvoorbeeld door een beter waterbeheer. Er wonen bevers, boomkikkers, spechten, talloze vlinders én vandaag een groep onthekkers. Wie weet welke soorten nog meer zullen volgen.
Grenzend aan gebied van Limburgs Landschap en Natuurmonumenten heeft ARK hier een stuk land gekocht waarop nog flink wat prikkeldraad staat. Dat moet weg. Vlamingen, boomkikkers, Brabanders, Limburgers, bevers en Nederlanders, we moeten allemaal vrij kunnen bewegen in dit grensgebied. Laarzen soppen over het drassige land als we, gewapend met nijptangen, werkhandschoenen en emmers voor de krammen, het veld in trekken. Jong en oud, doorgewinterde rewilder en nieuwsgierige beginner: iedereen is vastberaden dit stukje natuur meer ruimte te geven. Voordat we beginnen worden we verrast met verse abrikozenvlaai en een kopje koffie of thee. Lekkerder en Limburgser kan niet. Dan verspreiden zich, vol energie, kleine groepjes over het gebied. Terwijl de emmers met oude krammen worden gevuld en het ene na het andere stuk prikkeldraad wordt opgerold ontstaan de leuke gesprekken vanzelf. De kou blijft, maar we werken ons warm.
Niet veel later trekt er een sfeervolle rookgeur over het veld. Een vuurtje knappert, kinderen dollen eromheen en er worden maiskorrels gepoft; wie op tijd is, kan een handje popcorn meepikken.
Na het sjouwen met weer een flink aantal palen klinkt over het veld: “Lunch!!”. Boven het vuur hangt nu een dampende pan soep. Smaakvol en vullend, precies wat je nodig hebt op een dag als deze. Voor sommigen op geïmproviseerde stoelen: vuilniszakken en emmers (er waren ook mensen die wèl een klapstoel meenamen), nemen we de nodige pauze en bespreken we de stand van onthekken. Dan opeens: “Stil, kraanvogels!”. Een luid, trompetterend “krrrrruoooh” klinkt over het weiland; komt de lente er al aan?! In een boomrand pronkt een mannetjesfazant met zijn aantrekkelijke kleuren, en zowel de grote bonte als groene spechten laten van zich horen. We genieten van de aanwezigheid van nog meer soorten en fantaseren over hoe hier straks exmoorpony’s en andere grote grazers zullen rondbanjeren.
Met frisse energie werken we nog een paar uur door. Iedereen heeft het onthekken inmiddels aardig onder de knie waardoor het tempo er goed in zit. Het voelt heerlijk zo actief bezig te zijn in de winterse buitenlucht. Wat zullen we goed slapen vannacht. Aan het eind van de dag bekijken we de kaart van het gebiedje en tevreden strepen we een ruim deel van het gebied af als ‘onthekt’. Samen hebben we ruim 1,5 kilometer oud raster kunnen opruimen. Voldaan laten we het veld achter en lopen we, waar we vanochtend nog om het prikkeldraad hen moesten, in een rechte lijn naar de auto. Het is hier nu een beetje opener, een beetje wilder. Klaar voor de soorten die hier hun plek (her)vinden en daar horen wij natuurlijk bij!