Sneeuw dempt geluiden uit de omgeving, onze voetstappen verdwijnen direct weer onder een dunne witte laag. Het water van de Hondsbohn vormt een scherp contrast met de kille sneeuw: donker, stromend, levend. Terwijl ik langs de zompige oevers speur naar sporen van beweging, valt mijn oog op plotse flits van wit langs de oever. Even denk ik dat ik me vergis. Maar dan zie ik ze duidelijk: een groepje witgatten, slanke steltlopers met lange dunne poten en een opvallend wit buikje. Ook zonder sneeuw zijn ze dus wit vanonder. Ze foerageerden rustig langs de beek, alsof dit de normaalste zaak van de wereld is. Voor mij is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Ook voor mijn collega's Hettie en Imke is het de eerste keer dat ze deze steltlopers hier aantreffen. En juist dat maakt dit moment zo bijzonder.
Een verrassing?
Soms ligt een verrassing toch in de lijn der verwachting, zo ook voor de witgatten langs de Hondsbohn. Aanleiding voor het veldbezoek waren de werkzaamheden die hier afgelopen najaar plaatsvonden. De bodem van deze diep ingesneden bronbeek is ongeveer één tot anderhalve meter opgehoogd. Het doel was om het snelstromende water uit zijn nauwe goot te halen en weer ruimte te geven om zich in de breedte te verspreiden. Ruwe vegetatie vertraagt ook de afstroming, waardoor moerassige zones ontstaan en piekafvoeren op de Gulp worden verminderd. In die moerassige, natte plekjes kunnen vogels, zoals het witgatje, uitstekend scharrelen en voedsel vinden.
Mooi sfeerbeeld
Onder een witte deken tekent de nieuwgevormde bronbeek zich prachtig af. Stromend bronwater bevriest immers niet snel. Doordat de sneeuw de vegetatie aan het oog onttrekt, is het nieuwe stroompatroon extra zichtbaar. Het water volgt hier geen strakke lijn meer, maar zoekt zijn eigen weg: het maakt bochten, splitst zich en vertraagt, om zich te verzamelen in kleine plasjes, poeltjes en tijdelijke overstromingen. Hettie en Imke vertellen me hoe ze vorig jaar de bedding van de Hondsbohn omhoog hebben gebracht zodat het water weer breed uit kan vloeien over het land. De waterloop maakt weer bochten, splitst zich af en stroomt eigenzinnig door het landschap
Gallowaybegrazing
Ook de kleine kudde Galloways staken goed af tegen de sneeuw. Hun aanwezigheid laat zien hoe jaarronde, extensieve begrazing het gebied beïnvloedt. Graspollen steken als kleine eilandjes boven de sneeuw uit, struiken zijn hier en daar aangeknaagd.
Natuurlijke interacties
Het blijft bijzonder hoe snel natuurlijke processen op elkaar reageren. Door het vertraagd water ontstaat zachte zomp en slik waarin bronvegetatie zoals paarbladige goudveil en dotterbloem zich kan vestigen. Het slik en de gezonde mest van de Galloways vormen een voedselbron voor allerlei kleine beestjes en insecten in en rond het water en bronvegetatie. Daar kunnen de witgatten van profiteren door rustig te prikken en te boren in de natte bodem, op zoek naar kokerjuffers, libellen en kevers.
Het valt ons op hoe ontspannen deze steltlopers hun gang gaan, terwijl de runderen in sloom tempo langs de beek marcheren. Pas als we dichterbij komen, vliegen ze op en verraden ze hun aanwezigheid.
Kennismaking in het veld
Vandaag valt alles samen voor mij. In Slenaken is het op één oogopslag duidelijk waarvoor ARK zich inzet: ruimte maken voor water door beken en rivieren weer te laten meanderen, het water te vertragen en het af en toe buiten de oevers te laten treden. Niet enkel goed voor biodiversiteit, maar ook de waterhuishouding.
Dat dit mijn eerste veldbezoek is, midden in de winter, maakte het extra bijzonder. Het bocagelandschap in zijn winterse kleed zien, en in die toestand toch nog zo’n levendig systeem aantreffen, daar alleen al zou je het voor doen.