Waarom verbonden natuur onmisbaar is in opwarmend klimaat

01-12-2025
In het hoge, natte gras langs de oevers van de Waal zit een boomkrekel. Waar deze plek ooit te koel was voor het insect, is het hier voor hem door opwarming van het klimaat aangenaam geworden. Via duizenden minieme sprongetjes, generatie na generatie, kwam hij hier.

Het is een opmars zonder generaal: niemand leidt de tocht, maar met elke generatie schuift de voorhoede op. Op die manier bereiken de voorouders van deze boomkrekel rond 2004 de Gelderse Poort bij Nijmegen. Al ruim 35 jaar worden hier versnipperde natuurgebiedjes met elkaar verbonden en ontwikkelt zich nieuwe natuur. De wilde uiterwaarden vormen een ideale corridor voor de boomkrekel naar noordelijker leefgebied. Op warme zomeravonden zijn ze er luidkeels te horen: het nieuwe geluid van een nieuw klimaat. 

Image
Millingerwaard 2024 © Lars Soerink
De Millingerwaard in de Gelderse Poort. Foto: Lars Soerink.

De opmars van de boomkrekel is exemplarisch voor de eeuwenoude aanpassingskracht van natuur, en laat zien hoe cruciaal verbonden natuur is in een veranderend klimaat. Alhoewel het nog steeds goed toeven is in het oorspronkelijke leefgebied van de boomkrekel, wordt hun bewegingsvrijheid in de toekomst alleen nog maar belangrijker. Wie weet, wordt het ze op een gegeven moment te heet onder de voeten in Zuid-Europa. In een groen, ongehinderd netwerk kunnen soorten zich vrij bewegen: noordwaarts, westwaarts, omhoog, omlaag. Naar plekken waar ze beter gedijen. Ook andere soorten vinden zo hun weg: cetti’s zangers, grote weerschijnvlinders, veldwespen en wespspinnen hebben Nederland de afgelopen jaren als nieuw thuis ontdekt.  

Image
Grote weerschijnvlinder bij Slikken van de Heen
Grote weerschijnvlinder. Foto: Esther Linnartz

Wie goed kijkt, ziet de aanpassingskracht van natuur ook op andere manieren aan het werk. De opwarmende Nederlandse bodem blijkt nu ook vruchtbare grond voor zaden die al jaren lagen te wachten. Kraaiachtigen verstoppen al lang walnoten voor barre tijden. Maar pas nu het hier warmer wordt, komt hun kiemkracht tot leven en verschijnen er her en der jonge walnootbomen. In bossen verandert de samenstelling van bomen en heesters. Zuidelijke soorten, zoals wollige sneeuwbal, doen hun entree. In een veranderend klimaat worden andere eigenschappen van belang. Zelfs binnen een soort kan dat voor verandering zorgen. Individuen die beter tegen warmte of droogte kunnen, hebben een grotere overlevingskans en zetten hun genetische lijn voort.   

Maar dat natuurlijke aanpassingsvermogen heeft twee voorwaarden. De eerste: de natuur moet wel kúnnen bewegen. En juist daar stokt het. Door versnippering van natuur - met daartussen kilometers aan landbouwgrond, dorpen, steden en wegen- lukt de oversteek vaak niet. Routes zitten vol obstakels. En áls een soort het redt, is overleven nog geen garantie. Ook hun prooidieren, de boomsoorten waarin ze nestelen of roesten, en de bloemen die hen van stuifmeel voorzien, moeten meekunnen bewegen. Zonder verbonden natuurgebieden dreigt uitsterven voor steeds meer soorten.   

Image
In de Millingerwaard is te zien hoe na 30 jaar natuurontwikkeling waterveiligheid én biodiversiteit samengaan.
Luchtfoto van de Millingerwaard. Inmiddels ligt in de Gelderse Poort ruim 5500 hectare verbonden, wilde natuur.

De tweede voorwaarde: natuur moet mógen bewegen. In rewildingsgebieden - zoals de Gelderse Poort, het KempenBroek en Het Groene Woud – wordt niet de natuur uit onze herinneringen aangelegd, maar de weg vrijgemaakt voor ‘novel ecosystems’. Nieuwe ecosystemen die zich kunnen aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid, waarin plek is voor de vele nieuwe soorten die zich aandienen. Dit aanpassingsvermogen is de kern van de evolutie: het leven is toegerust op het omgaan met veranderingen. Landschappen veranderen door overstroming, begrazing, brand, droogte en wind. Sommige soorten verdwijnen, nieuwe verschijnen, andere passen zich aan en weer anderen nemen functies over. In rewildingsgebieden kan natuur haar eigen antwoorden vinden op de uitdagingen van klimaatverandering.   

Ecologieprofessor dr. Jens-Christian Svenning verwoordt het treffend in zijn paper Rewilding should be central to global restoration efforts: rewilding is het enige bewezen effectieve langetermijnmechanisme voor het genereren en behouden van biodiversiteit. De meeste soorten op aarde zijn honderdduizenden tot miljoenen jaren oud; hun functionele kenmerken vaak nog ouder. De processen die deze rijkdom hebben voortgebracht en in stand hebben gehouden, hebben zich door vele periodes van klimaatinstabiliteit bewezen. IJstijd op en ijstijd af.  

De reis van de boomkrekel laat dus zien wat ons te doen staat. Waar we natuur verbinden en natuurlijke processen de ruimte geven, vergroten we de overlevingskansen van soorten.  

Verbonden, wilde natuur is ook op andere manieren van belang in een veranderend klimaat. In grote, levende natuurgebieden werkt de bodem als een spons die water vasthoudt: ze voorkomt overstromingen en houdt water vast om tijden van droogte te overbruggen. Bossen werken als natuurlijke airco’s die lokaal voor schaduw en koelte zorgen. En gezonde ecosystemen slaan enorme hoeveelheden koolstof op, waardoor ze het tempo van klimaatontwrichting vertragen. Natuur kan niet ál ons vuile werk opknappen. Tegen het grootschalig verstoken van fossiele brandstoffen is ze niet opgewassen. De uitstoot moet beslist omlaag. Maar gezonde bossen, graslanden, zeegrasvelden en veengebieden leggen enorme hoeveelheden CO₂ vast in de bodem en in groeiend plantmateriaal. En ook het terugbrengen en beschermen van dieren, zowel op land als in zee, levert een belangrijke bijdrage aan die CO2 opslag omdat begrazing een stimulerende werking op de begroeiing en de koolstofopslag in de bodem heeft.   

Daarmee vormt verbonden, wilde natuur een onmisbaar onderdeel van een effectieve klimaatstrategie. Zowel voor de boomkrekel, als voor onszelf.  

Meer informatie   

  • Download het white paper over rewilding en klimaatverandering (pdf: 2,4 MB) van ARK Rewilding Nederland. In het white paper wordt in detail de noodzaak van meer rewilding om klimaatontwrichting te vertragen en de effecten ervan op te vangen, uiteengezet. 
Contactpersoon