Sneeuw en ijs zijn voor veel vogels slecht nieuws: het is een ontzettend lastig te nemen barriere tussen hongerige maag (die om warm te blijven overuren moet maken) en voedsel. Zelfs als je weet waar je ongeveer moet zijn is het nog een hele klus om sneeuw weg te graven. Grote grazende dieren, zoals runderen en paarden, zijn er beter voor toegerust: met hoeven en neus vegen ze sneeuw opzij om bij hún voedsel - planten - te komen. De zaden van deze planten zijn vaak nog redelijk goed te vinden zodra de sneeuw er maar vanaf is. Spreeuwen, vinken, putters en rietgorzen weten op die manier bij de zaden van planten te komen.
Een van de plantensoorten waar deze vogels goed raad mee weten is de grote klis, een plantensoort die in de media nog wel eens tot ophef leidt omdat deze plant zaden, als klittenband avant-la-lettre, aan de vacht van grazende dieren haakt en de dieren er een rasta-achtige hairdo aan overhouden. Wat overigens een tijdelijk effect is, de zaden laten ook weer los. Het is de manier van de plant om de rondlopende dieren te gebruiken als verspreidingsmechanisme. De plant maakt zichzelf, zodra de zaden klaar zijn om te vertrekken extra aantrekkelijk door suikers in het blad aan te maken: onweerstaanbaar voor de grazende grote zoogdieren.
De poep van de grazers bevat ook nog veel eetbaars; zelfs in de winter zijn er insecten in en rond te vinden en de broeierige warmte in de mest brengt wormen naar het oppervlak. Raven, roeken, kraaien en spreeuwen zijn dan ook te betrappen op het keren van vlaaien, om eetbare insecten te pakken te krijgen.
In rewildinggebieden, waar natuurlijke processen leidend zijn in de beheerkeuzes, kan je over het algemeen grote grazende dieren vinden. Die zijn er om het natuurlijke proces van herbivorie terug te brengen in de natuur, wat zoveel wil zeggen als 'planten eten'. Rupsen doen het, grote grazers doen het op nog veel grotere schaal en daarom brengt ARK Rewilding Nederland graag runderen en paarden terug in de natuur. Deze kaart wijst je de weg om het natuurlijke samenspel tussen herbivoren en vogels zelf te gaan zien. Als het weer sneeuwt natuurlijk.