Vlinders houden van de zachte grenzen van wilde grazers

23-03-2026
De hoogste diversiteit aan dagvlinders is te vinden in parkachtige landschappen waarin geleidelijke overgangen zijn tussen droog en nat, tussen open landschap en gesloten bos. Natuurlijke begrazing door runderen en paarden draagt bij aan zo’n vlindervriendelijke omgeving, maar er is nog wel ruimte voor verbetering. Dit blijkt uit een onderzoek van De Vlinderstichting en ARK Rewilding Nederland in opdracht van de provincie Noord-Brabant.

Het gaat in het algemeen niet goed met de dagvlinders in Nederland. In dertig jaar zijn de vlinderaantallen gehalveerd. 47 van de 76 inheemse soorten (62%) staan op de Rode Lijst, waarvan 15 soorten al helemaal zijn verdwenen. Wat is hiertegen te doen?  
“De vlinders gaan deels achteruit door milieuomstandigheden die wij moeilijk snel kunnen veranderen, zoals de gevolgen van te veel stikstof en gifstoffen of verdroging.  In het terreinbeheer kunnen we makkelijker sturen,” zegt Bart Beekers, ecoloog van ARK Rewilding Nederland.  
“Met natuurlijke begrazing wordt de variatie van vegetatie veel groter - zowel qua soortensamenstelling, als qua structuur. In veel natuurgebieden zijn gradiënten nog zwak ontwikkeld: niet alleen de overgangen van droog naar nat zijn abrupt, ook de grenzen tussen graslanden, heide en gesloten bossen zijn vaak hard. Daar houden vlinders niet van.”  

Natuurlijke begrazing geeft structuur

Met ‘natuurlijke begrazing’ wordt bedoeld dat door mensen geïntroduceerde runderen en/of paarden jaarrond buiten lopen, niet worden bijgevoerd en een eigen sociale structuur van de kudde ontwikkelen. Daarnaast speelt het grazen van herten, reeën en het wroeten van zwijnen natuurlijk een rol. 
“Variatie in begrazingsintensiteit zorgt voor een mozaïek van korte en ruigere vegetatie. Stierenkuilen of wroetplekken van zwijnen leveren open plekken op voor pioniervegetatie met specifieke waardplanten en een microklimaat dat in het voorjaar snel opwarmt. Kadavers en uitwerpselen zijn een bron van mineralen en aminozuren,” zegt Beekers. 
“Zo zagen we een grote weerschijnvlinder op een kadaver en een koninginnenpage die haar eitjes afzette op een wilde peen die uit een mesthoop groeit. Dat is een veilige plek voor haar eitjes, want grazers mijden het eten van planten op mest. Zo voorkomen ze besmetting met darmparasieten.”  

Video URL

Terugkeer bosvlinders in het Groene Woud

De Provincie Noord-Brabant wilde weten of de vlinderstand daadwerkelijk profiteert van de begrazing in de Maashorst en het Groene Woud – twee grote natuurontwikkelingsprojecten in de provincie - en gaf subsidie aan het project ‘Wild van Vlinders’. Hierin is onderzocht hoe de variatie door natuurlijke begrazing optimaal in praktijk is te brengen voor het herstel van bedreigde dagvlinders.

“In het Groene Woud, dat sinds 2019 door ARK Rewilding Nederland wordt uitgebreid, konden de onderzoekers vaststellen dat de bosranden zich er goed ontwikkelen. De zeldzaam geworden kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder profiteren er al van. Het bont dikkopje is echter in de Mortelen en de Scheeken nog nauwelijks aanwezig. Die heeft een corridor nodig om er vanuit ander populaties te komen,” zegt Beekers. Het bont dikkopje is landelijk sterk achteruitgegaan: nog maar een derde van de aantallen uit 1992 worden tegenwoordig gezien.  
Rond de Geelders wordt nu gewerkt aan uitbreiding van het natuurgebied met begrazing op voormalige landbouwpercelen. De overgangen tussen bos en grasland zijn daar nog erg abrupt. Op advies van Wild voor vlinders, worden de aantallen grazers laag gehouden, zodat de mantelzoom – jargon voor de geleidelijke overgang tussen bos en open veld – zich goed kan ontwikkelen. Zo kan het bont dikkopje zich uit de Geelders uitbreiden in de richting van de Scheeken.

Image
Wild van Vlinders. © Jeroen Helmer
Impressie van dagvlinders en hun niches in een landschap met natuurlijke begrazing. Let ook op het wilde zwijn. De onderzoekers van Wild voor vlinders wijzen op de positieve effecten voor vlinders van zwijnenactiviteit. Het wilde zwijn is een van de sleutelsoorten voor een gevarieerde graslandontwikkeling. Deze alleseter woelt de grond om en zorgt voor het openen van een dichte grasmat. Dit zorgt voor open en warmere plekken, waar de waardplanten van tal van vlindersoorten zich kunnen vestigen. Wilde zwijnen komen in grote delen van de zandgronden en het heuvelland voor, ook in de ‘nulstandgebieden’ waar ze volgens het beleid eigenlijk verjaagd moeten worden. Vanuit het perspectief van natuurherstel zou het goed zijn om waar het kan wilde zwijnen meer ruimte te geven. (tekening Jeroen Helmer).

Bosrand- en graslandvlinders in de Maashorst

In de Maashorst – een natuurgebied van 3500 hectare waarvan 1300 hectare begraasd worden door taurossen, Exmoor pony’s en wisenten - is in 2018 de landelijk bedreigde bruine eikenpage gevonden. De soort is kenmerkend voor droge bosranden waar de rupsen opgroeien op kleine eikjes, die een warm microklimaat bieden, en waar de vlinders nectar vinden op bramen en vuilbomen.  
“In het begrazingsgebied zijn op de voormalige landbouwgronden braamstruwelen tot ontwikkeling gekomen,” zegt Bart Beekers. “Tussen de bramen vonden we jonge eikenboompjes, vooral in de buurt van oudere eiken. Ook heeft zich in tien procent van de braamstruwelen vuilboom gevestigd. De combinatie geeft aan dat zich in het begrazingsgebied nieuw leefgebied voor de bruine eikenpage aan het ontwikkelen is. Het wachten is nog op de eerste waarneming op deze plekken.”

Grote graasdruk met lokale overbegrazing blijkt ongunstig voor de graslandsoorten bruine vuurvlinder (status: kwetsbaar) en veldparelmoervlinder (ernstig bedreigd).  En hoewel pioniersoorten als bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder hier beter mee om kunnen gaan is op advies van Wild voor vlinders de dichtheid aan grote grazers na deze ervaring omlaag gebracht.  
“Om een vlinderherintroductie kans van slagen te geven kan het zelfs nodig zijn om grazers even helemaal te weren uit een gebied”, stellen de onderzoekers. “De vlinders laten ons zien of we de graasdruk in natuurgebieden moeten bijstellen. Zo kan er meer structuur in de vegetatie ontstaan die gunstig is voor vlinders én andere insecten.” 

Dit is een ingekorte versie van het artikel ‘Herstel van dagvlinders bij natuurlijke begrazing’ door Michiel Wallis de Vries (De Vlinderstichting), Bart Beekers & Lucy Dötig (ARK Rewilding Nederland). 

Contactpersoon