Afgelopen zomer werden in de Haven van Rotterdam voor het eerst stenen met jonge platte oesters uitgezet, die waren ‘bezaaid’ met oesterlarven via een innovatieve techniek: remote setting. Na kweek in een gespecialiseerd broedhuis gingen de oesterlarven naar een locatie vlak bij zee. Daar stonden containers klaar die modulair zijn opgezet en daardoor flexibel inzetbaar op verschillende locaties. In de grote zeecontainers met zeewater hechtten ze zich binnen enkele dagen aan stenen, waarna de stenen met oesters zijn uitgezet. Recent keerden onderzoekers voor het eerst terug om te zien hoeveel oesters de eerste maanden hadden overleefd.
“De bevindingen na verdere analyse zijn eigenlijk heel positief”, zegt Pauline Kamermans, marien ecoloog van Wageningen Marine Research. Ze is projectleider van het zogeheten RESO-project, waarin negen partners samenwerken. “Het overlevingspercentage blijkt vergelijkbaar met andere rifherstelprojecten in de regio. Met het aantal levende oesters dat we terugvonden, voldoen we ruimschoots aan de internationaal erkende definitie voor een oesterbed.” Toch betekent dit volgens Kamermans niet dat er nu een rif ligt. “Een rif is meer dan een oesterbed: daar zijn méér oesters per vierkante meter, die zichzelf voortplanten en zo op elkaars schelpen groeien.”
Op weg naar betere resultaten
De resultaten van de eerste monitoring geven inzicht in waar nog winst te behalen valt. Veel van de niet-levende oesters bleken namelijk niet of nauwelijks gegroeid sinds de uitzetdag. Mogelijk overleefden zij het transport of de landing op de bodem niet. “Vorig jaar was de allereerste keer ooit dat we deze methode, dus remote setting met Europese platte oesters op stenen, in de praktijk toepasten”, vertelt Kamermans. “Juist daarom was deze monitoring zo waardevol. De resultaten geven ons duidelijke aanknopingspunten voor waar we kunnen verbeteren”, aldus Kamermans.
De partners gaan onder meer beter monitoren welke factoren invloed hebben op hoe oesterlarven zich op de stenen vestigen, bijvoorbeeld door de temperatuur en het voedselaanbod nauwkeuriger te volgen. Met méér jonge oesters op de stenen, hopen de partners er ook meer levend te houden in de Noordzee. Ook wordt gekeken hoe het transport en de uitzet van de stenen op een andere manier kan verlopen, zodat meer jonge oesters overleven. De volgende uitzetactie van ‘oesterstenen’ zal later dit jaar plaatsvinden bij twee kabelkruisingen van TenneT, verder weg van de kust.
Leven terugbrengen naar de Noordzee
De partners werken aan deze rifherstelmethode, omdat riffen cruciaal zijn voor het leven in de Noordzee, maar tegenwoordig uiterst zeldzaam zijn. Oesters bouwen zulke riffen, en zijn daarmee één van de rijkste ecosystemen van de Noordzee. Riffen bieden plek om te schuilen, vestigen, eten en paren voor allerlei vissoorten, wieren, roggen en zelfs zeehonden en kleine walvisachtigen. Daarnaast verbeteren riffen de waterkwaliteit.
Met de ontwikkeling van remote setting op stenen onderzoekt een consortium hoe herstel van die riffen slim gekoppeld kan worden aan de aanleg van maritieme infrastructuur, zoals windparken en kabelverbindingen. Zo zijn de containers aangepast op de standaarden van offshore projecten. Door oesters direct op stenen te laten vestigen en deze vervolgens uit te zetten op plekken waar hard substraat nodig is, willen de partners natuurherstel op grote schaal een stap dichterbij brengen.
Gebundelde krachten
In de pilot van remote setting (het RESO-project) werken negen bedrijven, kennisinstellingen en natuurorganisaties samen: Wageningen Marine Research, Wageningen Universiteit, ARK Rewilding Nederland, Stichting Zeeschelp, Waardenburg Ecology, Van Oord Ocean Health, TenneT, Havenbedrijf Rotterdam en De Rijke Noordzee. De Rijke Noordzee is een samenwerking tussen Stichting de Noordzee en Natuur & Milieu.